





Er is een onderscheid tussen het onderwijs in de kleuterklassen en de klassen 1 t/m 6. Op de vrijeschool hebben we de oorspronkelijke onderverdeling in de kleuterschool en de lagere school aangehouden om aan te geven dat kinderen van 4 t/m 6 jaar zich in een ontwikkelingsfase bevinden waarin het leren spelenderwijs gaat en waarin fysiek-motorische, sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling onderling sterk verbonden zijn.

In de kleuterklas spelen en leren kinderen van 4, 5 en 6 jaar samen. De heterogene leeftijdssamenstelling van de groep zorgt ervoor dat jongere kinderen van de oudere kinderen leren en dat oudere kinderen worden gestimuleerd op vanzelfsprekende manier het goede voorbeeld te geven. Wanneer een kleuter van 4 jaar instroomt in de groep wordt deze snel meegenomen in de gewoonten van de klas zodat hij of zij zich snel thuis voelt.
In de ontwikkelingsfase van de eerste zeven jaar staat de lichamelijke ontwikkeling op de voorgrond. Kleuters leven met volle overgave in de hen omringende wereld en leren door na te doen wat ze van de volwassenen zien: door nabootsing. Kleine kinderen nemen alle indrukken uit hun omgeving op en de lokalen zijn dan ook met zorg ingericht. In de kleuterklas scheppen we een omgeving die kinderen stimuleert. Het spel staat daarin centraal. De dagindeling heeft een vast ritme van inspanning en ontspanning. Dit biedt kinderen houvast en vertrouwen.
De kleuterleerkracht biedt versjes, handgebarenspelletjes, kringspelen aan waarin op fantasievolle wijze aan de taalontwikkeling en het voorbereidend rekenen wordt gewerkt. Daarnaast worden er kunstzinnige activiteiten (schilderen, tekenen, knutselen, boetseren met bijenwas) en ambachtelijke activiteiten (handwerken, bakken, koken) aangeboden waarin het kind zich kunstzinnig en praktisch kan ontplooien. Het speelgoed is van natuurlijk materiaal zoals hout, wol, zijde, katoen en steen. De kwaliteit van het materiaal stimuleert een gezonde zintuigontwikkeling. De kleuters spelen veel en vaak buiten en krijgen daarmee de kans zich thuis te voelen in de natuur van lente tot winter. Het beleven en meevoelen met het dag-, week- en jaarritme zijn belangrijke facetten van ons kleuteronderwijs.
Door de leerkracht wordt gericht geobserveerd hoe het kind zich in de kleuterklas ontwikkelt in de verschillende ontwikkelingsgebieden. Ouders worden meegenomen in deze observaties tijdens oudergesprekken. Over het algemeen geldt dat kinderen twee jaar in de kleuterklas zitten voordat ze naar klas 1 (groep 3) gaan. We vinden het belangrijk dat een kind klaar is voor het leren in klas 1, dat het sociaal mee kan komen in de groep en dat het de aangeboden leerstof goed kan verwerken. De leerkrachten kijken daarom zorgvuldig hoe het kind zich van kleuter tot ‘leerrijp’ schoolkind ontwikkelt en de beslissing een kind over te laten gaan naar klas 1 is daarom altijd maatwerk dat in overleg tussen de leerkracht en de ouders tot stand komt. Het komt voor dat kinderen extra tijd nodig hebben om leerrijp te worden en een jaar langer in de kleuterklas blijven of dat deze ontwikkeling sneller gaat dan de gebruikelijke twee jaar en een kind de stap naar klas 1 eerder maakt.
Als de kinderen van de kleuterklas naar klas 1 (groep 3) gaan, krijgen ze een nieuwe leraar of een leraren duo. Het uitgangspunt is dat deze leraar een aantal jaar met de klas meegaat. Afhankelijk van de wisselwerking tussen klas en leerkracht(en) steven we ernaar dat een leerkracht/duo 3 jaar meegaat met de klas. (Van klas 1 tot en met 3 en van klas 4 tot en met 6). Dit heeft als voordeel dat de kinderen en hun leraar veel voor elkaar kunnen betekenen. Er ontstaat een hechte band.
Elke schooldag begint na het ritueel van begroeten en de ochtendspreuk met het oefenen van taal en rekenen veelal afgewisseld met muziek en/of bewegingsonderwijs. Daarna volgen de periodelessen, kunstonderwijs en vak-lessen. Het kind leert de wereld kennen door middel van het leren met elkaar, gefaciliteerd en gestimuleerd door de leerkracht. Naast het werken met taal- en rekenmethoden, geeft de leerkracht ’levend’ onderwijs. Dat wil zeggen dat hij enthousiasme wekt door beeldend te werken, zodat het geleerde op volwassen leeftijd nog beschikbaar is door de verbinding met het gevoelsleven. Ieder kind heeft aanleg om creatief, origineel en probleemoplossend te zijn.
Het behouden, verzorgen en ontwikkelen van dit talent is een belangrijke taak voor de leerkracht. (zie ook scholing)